{"id":454,"date":"2024-11-05T12:10:36","date_gmt":"2024-11-05T12:10:36","guid":{"rendered":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/?page_id=454"},"modified":"2026-04-03T19:25:11","modified_gmt":"2026-04-03T19:25:11","slug":"de-rijn","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/sais\/holderlin\/de-rijn\/","title":{"rendered":"De Rijn"},"content":{"rendered":"<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p><a href=\"#_ftn1\" name=\"_ftnref1\"><\/a><em>Aan Isaac von Sinclair <\/em><a href=\"#_ftn1\" name=\"_ftnref1\">[1]<\/a> <a href=\"#_ftn2\" name=\"_ftnref2\">[2]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p><em>De wet van deze zang is, dat de eerste twee delen van ieder drie strofen naar de vorm door progressie en regressie tegengesteld, maar naar de stof gelijk zijn; de twee volgende zijn naar de vorm gelijk, naar de stof tegengesteld. Het laatste deel brengt met een doorlopende metafoor alles in evenwicht. <\/em><a href=\"#_ftn3\" name=\"_ftnref3\">[3]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(1) Bij de donkere klimop zat ik, <a href=\"#_ftn4\" name=\"_ftnref4\">[4]<\/a> aan de poort<\/p>\n<p>van het woud, juist toen de gouden middag<\/p>\n<p>de bron bezoekend, afdaalde<\/p>\n<p>van de trappen van het Alpengebergte, <a href=\"#_ftn5\" name=\"_ftnref5\">[5]<\/a><\/p>\n<p>dat mij de de goddelijk gebouwde,<\/p>\n<p>de burcht der hemelingen heet<\/p>\n<p>naar aloude mening, waar evenwel<\/p>\n<p>in het geheim nog veel dat besloten werd<\/p>\n<p>tot de mensen komt; van daar<\/p>\n<p>vernam ik onvermoed<\/p>\n<p>een Noodlot, <a href=\"#_ftn6\" name=\"_ftnref6\">[6]<\/a> want nauwelijks had<\/p>\n<p>mijn ziel in de warme schaduw<\/p>\n<p>tot zich gesproken, of zij was al<\/p>\n<p>naar Itali\u00eb uitgeweken<\/p>\n<p>en Morea&#8217;s verre kusten. <a href=\"#_ftn7\" name=\"_ftnref7\">[7]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(2) Nu echter, in het gebergte,<\/p>\n<p>diep onder de zilveren toppen<\/p>\n<p>en onder vrolijk groen<\/p>\n<p>waar de bossen huiverend naar hem op<\/p>\n<p>en de hoofden van de rotsen over elkaar<\/p>\n<p>naar beneden zien, de hele dag, daar<\/p>\n<p>in de koudste afgrond hoorde<\/p>\n<p>ik om verlossing jammeren<\/p>\n<p>de jongeling, hem hoorden tekeer gaan<\/p>\n<p>en moeder Aarde aanklagen<\/p>\n<p>en de Donderaar, die hem verwekt had,<\/p>\n<p>met erbarmen de ouders, maar<\/p>\n<p>de stervelingen ontvluchtten de plaats,<\/p>\n<p>want vreselijk was, toen hij in het donker<\/p>\n<p>in ketenen zich omwoelde,<\/p>\n<p>het geraas van de halfgod. <a href=\"#_ftn8\" name=\"_ftnref8\">[8]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(3) Het was de stem van de edelste der rivieren,<\/p>\n<p>van de vrijgeboren Rijn,<\/p>\n<p>en iets anders hoopte die, toen boven van de broers,<\/p>\n<p>de Ticino en de Rh\u00f4ne<\/p>\n<p>hij afscheid nam en zwerven wilde, en ongeduldig hem<\/p>\n<p>naar Azi\u00eb dreef zijn koninklijke ziel. <a href=\"#_ftn9\" name=\"_ftnref9\">[9]<\/a><\/p>\n<p>Maar onverstandig is<\/p>\n<p>het wensen voor het Noodlot.<\/p>\n<p>De blindsten echter<\/p>\n<p>zijn godenzonen. Want de mens kent<\/p>\n<p>zijn huis en het dier werd, waar<\/p>\n<p>het moet bouwen, maar hun is<\/p>\n<p>de misstap, dat zij niet weten waarh\u00e9\u00e9n<\/p>\n<p>in de onervaren ziel gegeven. &#8211;<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(4) Een raadsel is wat rein ontsprong. Ook<\/p>\n<p>de zang mag het nauwelijks onthullen. Want<\/p>\n<p>zoals je begon, zul je blijven,<\/p>\n<p>hoeveel ook werkt de nood<\/p>\n<p>en de tucht, het meeste namelijk<\/p>\n<p>vermag de geboorte<\/p>\n<p>en de lichtstraal, die<\/p>\n<p>de pasgeborene ontmoet. <a href=\"#_ftn10\" name=\"_ftnref10\">[10]<\/a><\/p>\n<p>Maar waar is er \u00e9\u00e9n<\/p>\n<p>om vrij te blijven<\/p>\n<p>zijn leven lang, en de hartewens<\/p>\n<p>alleen te vervullen, z\u00f3<\/p>\n<p>uit gunstige hoogten, als de Rijn,<\/p>\n<p>en z\u00f3 uit heilige schoot<\/p>\n<p>gelukkig geboren, als deze?<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(5) Daarom is een juichen zijn woord.<\/p>\n<p>Niet houdt hij, als andere kinderen,<\/p>\n<p>ervan in luiers te wenen; <a href=\"#_ftn11\" name=\"_ftnref11\">[11]<\/a><\/p>\n<p>want zodra de oevers<\/p>\n<p>hem ter zijde sluipen, de krommen,<\/p>\n<p>en dorstig omwindend hem,<\/p>\n<p>de onbedachte, begeren<\/p>\n<p>te trekken en wel te behoeden<\/p>\n<p>in eigen tanden, verscheurt hij<\/p>\n<p>lachend de slangen en snelt<\/p>\n<p>weg met de buit en als inderhaast<\/p>\n<p>een Grotere hem niet temt<\/p>\n<p>en groeien laat, als de bliksem, moet hij<\/p>\n<p>de aarde splijten, en als betoverd vluchten<\/p>\n<p>de bossen hem achterna en ineenzinkend de bergen.<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(6) Een god wil echter besparen de zoon<\/p>\n<p>het haastige leven en glimlacht<\/p>\n<p>wanneer onbedaarlijk, maar gestuit<\/p>\n<p>door heilige Alpen, op hem<\/p>\n<p>in de diepte, als gene, toornen de rivieren. <a href=\"#_ftn12\" name=\"_ftnref12\">[12]<\/a><\/p>\n<p>In zo&#8217;n haard wordt dan<\/p>\n<p>ook al het loutere gesmeed,<\/p>\n<p>en mooi is het, hoe hij daarop,<\/p>\n<p>nadat hij de berg verlaten heeft<\/p>\n<p>zich stil stromend in het Duitse land<\/p>\n<p>tevreden stelt en het verlangen stilt<\/p>\n<p>door goede werken, wanneer hij, vader Rijn,<\/p>\n<p>het land bebouwt en lieve kinderen voedt<\/p>\n<p>in steden, die hij gesticht heeft. &#8211;<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(7) Maar nooit, nooit vergeet hij het.<\/p>\n<p>Want eerder zal de woning vergaan<\/p>\n<p>en de wet en tot drogbeeld worden<\/p>\n<p>de dag van de mensen, v\u00f3\u00f3r vergeten<\/p>\n<p>zou zulk een de oorsprong<\/p>\n<p>en de zuivere stem van de jeugd.<\/p>\n<p>Wie was het, die als eerste<\/p>\n<p>de liefdesbanden verbroken<\/p>\n<p>en strikken van hen heeft gemaakt? <a href=\"#_ftn13\" name=\"_ftnref13\">[13]<\/a><\/p>\n<p>Toen hebben van het eigen recht<\/p>\n<p>en het hemelse vuur zeker<\/p>\n<p>gespot de koppigen, toen eerst<\/p>\n<p>de sterfelijke paden verachtend<\/p>\n<p>iets vermetels gekozen<\/p>\n<p>en getracht de goden gelijk te worden. <a href=\"#_ftn14\" name=\"_ftnref14\">[14]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(8) Maar aan hun eigen<\/p>\n<p>onsterfelijkheid hebben de goden genoeg,<\/p>\n<p>en behoeven de hemelingen \u00e9\u00e9n ding,<\/p>\n<p>dan zijn het helden en mensen<\/p>\n<p>en wel sterfelijke. Want omdat<\/p>\n<p>de zaligsten niets voelen uit zichzelf<\/p>\n<p>moet wel, als dit te zeggen<\/p>\n<p>is toegestaan, in naam van de goden<\/p>\n<p>deelnemend voelen een ander, <a href=\"#_ftn15\" name=\"_ftnref15\">[15]<\/a><\/p>\n<p>d\u00ede hebben ze nodig; maar hun gericht<\/p>\n<p>is, dat hij zijn eigen huis<\/p>\n<p>verwoest en de liefste<\/p>\n<p>als vijand versmaadt en vader en kind<\/p>\n<p>begraven worden onder de puinhopen<\/p>\n<p>als \u00e9\u00e9n zoals hen wil zijn en geen<\/p>\n<p>ongelijkheid dulden, de dweper. <a href=\"#_ftn16\" name=\"_ftnref16\">[16]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(9) Daarom wel hem, die vond<\/p>\n<p>een welbescheiden lot<\/p>\n<p>waar nog aan zwerftochten<\/p>\n<p>en zoet aan het leed de herinnering<\/p>\n<p>ruist aan de zekere kust, <a href=\"#_ftn17\" name=\"_ftnref17\">[17]<\/a><\/p>\n<p>dat daar en derwaarts graag<\/p>\n<p>hij zien mag tot aan de grenzen<\/p>\n<p>die God hem bij de geboorte<\/p>\n<p>tot verblijfplaats heeft gewezen.<\/p>\n<p>Dan rust hij, zalig bescheiden,<\/p>\n<p>want alles, wat hij wilde,<\/p>\n<p>het hemelse, vanzelf omvat<\/p>\n<p>het onbedwongen, glimlachend<\/p>\n<p>nu, daar hij rust, de moedige. &#8211;<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(10) Halfgoden denk ik nu<\/p>\n<p>en kennen moet ik de dierbaren<\/p>\n<p>omdat vaak hun leven z\u00f3<\/p>\n<p>mij de verlangende borst beweegt.<\/p>\n<p>Wie echter, als jou, Rousseau,<a href=\"#_ftn18\" name=\"_ftnref18\">[18]<\/a><\/p>\n<p>onoverwinnelijk de ziel,<\/p>\n<p>de alverdurende werd<\/p>\n<p>om zekere zin<\/p>\n<p>en zoete gave te horen,<\/p>\n<p>te spreken z\u00f3, dat uit heilige volheid<\/p>\n<p>als de wijngod, dwaas goddelijk<\/p>\n<p>en wetteloos zij de taal der reinsten weergeeft, <a href=\"#_ftn19\" name=\"_ftnref19\">[19]<\/a><\/p>\n<p>begrijpelijk voor de goeden, maar met recht<\/p>\n<p>de achtelozen met blindheid slaat,<\/p>\n<p>de ontwijdende knechten, hoe noem ik de vreemdeling?<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(11) De zonen van de aarde zijn, als de moeder,<\/p>\n<p>alminnend, zo ontvangen zij ook<\/p>\n<p>moeiteloos, de gelukkigen, alles. <a href=\"#_ftn20\" name=\"_ftnref20\">[20]<\/a><\/p>\n<p>Daarom verrast het ook<\/p>\n<p>en verschrikt het de sterfelijke man,<\/p>\n<p>als hij de hemel, die<\/p>\n<p>hij met minnende armen<\/p>\n<p>op de schouders heeft genomen<\/p>\n<p>en de last van de vreugde bedenkt; <a href=\"#_ftn21\" name=\"_ftnref21\">[21]<\/a><\/p>\n<p>dan lijkt hem vaak het beste<\/p>\n<p>bijna helemaal vergeten daar,<\/p>\n<p>waar de straal niet brandt,<\/p>\n<p>in de schaduw van het bos<\/p>\n<p>aan het Meer van Biel in het frisse groen te zijn<\/p>\n<p>en zorgeloos en arm aan tonen,<\/p>\n<p>zoals beginners, bij nachtegalen te leren. <a href=\"#_ftn22\" name=\"_ftnref22\">[22]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(12) En heerlijk is het, uit heilige slaap dan<\/p>\n<p>op te staan en door de koelte van het bos<\/p>\n<p>ontwakend, &#8217;s avonds nu<\/p>\n<p>het mildere licht tegemoet te gaan,<\/p>\n<p>wanneer, Die de bergen gebouwd<\/p>\n<p>en het pad der rivieren gewezen,<\/p>\n<p>nadat Hij glimlachend ook<\/p>\n<p>het bedrijvige leven van de mensen<\/p>\n<p>dat arm aan adem is, als zeilen,<\/p>\n<p>met zijn luchten geleid heeft,<\/p>\n<p>ook rust en tot de leerlinge nu<\/p>\n<p>de Schepper, goed meer<\/p>\n<p>dan kwaad vindend,<\/p>\n<p>tot de huidige aarde de dag zich neigt. &#8211;\u00a0<a href=\"#_ftn23\" name=\"_ftnref23\">[23]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(13) Dan vieren mensen en goden de bruiloft, <a href=\"#_ftn24\" name=\"_ftnref24\">[24]<\/a><\/p>\n<p>alle levenden vieren feest<\/p>\n<p>en in evenwicht<\/p>\n<p>is een tijdlang het Noodlot.<\/p>\n<p>En de vluchtelingen zoeken de herberg<\/p>\n<p>en zoete sluimer de dapperen,<\/p>\n<p>de minnenden echter<\/p>\n<p>zijn, zoals zij waren, zij zijn<\/p>\n<p>thuis, waar de bloem zich verheugt<\/p>\n<p>in onschadelijke gloed en de geest<\/p>\n<p>om de duistere bomen ruist, maar de onverzoenden<\/p>\n<p>zijn veranderd en haasten zich<\/p>\n<p>elkaar de handen te reiken<\/p>\n<p>v\u00f3\u00f3r het vriendelijke licht<\/p>\n<p>ondergaat en de nacht komt.<\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(14) Maar sommigen ijlt<\/p>\n<p>dit snel voorbij, anderen<\/p>\n<p>behouden het langer.<\/p>\n<p>De eeuwige goden zijn<\/p>\n<p>altijd vol leven, tot in de dood<\/p>\n<p>kan echter ook een mens<\/p>\n<p>het beste in herinnering houden<\/p>\n<p>en dan beleeft hij het hoogste.<\/p>\n<p>Slechts heeft eenieder zijn maat.<\/p>\n<p>Want zwaar te dragen is<\/p>\n<p>het ongeluk, maar zwaarder het geluk.<\/p>\n<p>Een wijze echter vermocht<\/p>\n<p>van de middag tot middernacht<\/p>\n<p>en tot de morgen glansde<\/p>\n<p>bij het gastmaal wakker te blijven. <a href=\"#_ftn25\" name=\"_ftnref25\">[25]<\/a><\/p>\n<span class=\"\" style=\"display:block;clear:both;height: 0px;padding-top: 20px;border-top-width:0px;border-bottom-width:0px;\"><\/span>\n<p>(15) Moge jou op een warm pad onder dennen of<\/p>\n<p>in het donker van het eikenwoud, gehuld<\/p>\n<p>in staal, mijn Sinclair, <a href=\"#_ftn26\" name=\"_ftnref26\">[26]<\/a> God verschijnen of<\/p>\n<p>in wolken, jij kent Hem, daar jij jeugdig kent<\/p>\n<p>de kracht van het Goede, en nooit is jou<\/p>\n<p>verborgen het glimlachen van de Heerser<\/p>\n<p>bij dag, wanneer<\/p>\n<p>koortsachtig en geketend het<\/p>\n<p>levende schijnt of ook<\/p>\n<p>bij nacht, wanneer alles vermengd<\/p>\n<p>en ordeloos is en wederkeert<\/p>\n<p>oeroude verwarring. <a href=\"#_ftn27\" name=\"_ftnref27\">[27]<\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p><a href=\"#_ftnref1\" name=\"_ftn1\">[1]<\/a> Rivieren zijn bij H\u00f6lderlin een metafoor voor de loop van de geschiedenis, maar ook voor het stromen van het dichterlijke woord. De Griekse dichter Pindarus (c. 522 \u2013 443 v. Chr.) was voor H\u00f6lderlin een voorbeeld. De triadische opbouw van dit gedicht is aan hem ontleend.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref2\" name=\"_ftn2\">[2]<\/a> Isaac von Sinclair (1775 \u2013 1815) was een Duitse diplomaat en schrijver. Hij leerde H\u00f6lderlin kennen toen hij rechten studeerde in Jena, vermoedelijk bij de colleges filosofie die Johann Gottlieb Fichte (1762 \u2013 1814) er gaf.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref3\" name=\"_ftn3\">[3]<\/a> Het gedicht bestaat uit vijf delen van ieder drie strofen. De eerste twee delen gaan over de Rijn, die in de Alpen ontspringt (1-3) en door een god wordt gedwongen westwaarts te stromen (4-6). Het derde deel gaat over de verhouding tussen goden en mensen (7-9); het vierde over halfgoden en de taak van de moderne dichter (10-12). Het vijfde deel beschrijft de terugkeer van de goden naar de aarde (13-15).<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref4\" name=\"_ftn4\">[4]<\/a> De klimop is gewijd aan de god Dionysus en een symbool voor dichterlijke inspiratie.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref5\" name=\"_ftn5\">[5]<\/a> De Rijn ontpsringt in Graub\u00fcnden in de Zwitserse Alpen.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref6\" name=\"_ftn6\">[6]<\/a> Het Noodlot dat de dichter verneemt is de noodzakelijke gang van de geschiedenis, die in dit gedicht wordt gesymboliseerd door de loop van de Rijn.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref7\" name=\"_ftn7\">[7]<\/a> Morea is de middeleeuwse naam voor de Peloponessos. De naam is afgeleid van het Griekse \u03bc\u03bf\u03c1\u03ad\u03b1 <em>moerbeiboom. <\/em>De Byzantijnse keizers smokkelden in de zesde eeuw de zijderups uit China en introduceerde haar op de Peloponessos, waar een bloeiende zijdeindustrie ontstond.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref8\" name=\"_ftn8\">[8]<\/a> De Rijn is een zoon van de god Zeus en moeder Aarde en daarom een halfgod.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref9\" name=\"_ftn9\">[9]<\/a> De Ticino en de Rh\u00f4ne ontspringen eveneens in de Zwitserse Alpen. De bovenloop van de Rijn stroomt echter eerst naar het oosten en vervolgens naar het noorden.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref10\" name=\"_ftn10\">[10]<\/a> Cf. Pindarus, <em>Olympische Ode<\/em> 9.100: \u03c4\u1f78 \u03b4\u1f72 \u03c6\u03c5\u1fb7 \u03ba\u03c1\u03ac\u03c4\u03b9\u03c3\u03c4\u03bf\u03bd \u1f05\u03c0\u03b1\u03bd <em>De natuurlijke aanleg is altijd het krachtigst.<\/em><\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref11\" name=\"_ftn11\">[11]<\/a> Een verwijzing naar Hercules. De mythe vertelt dat hij als baby in de wieg twee slangen verscheurde, die door de jaloerse Hera waren gezonden om hem te doden.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref12\" name=\"_ftn12\">[12]<\/a> De Rijn stroomt in het Bodenmeer aan de noordelijke voet van de Alpen en verlaat het meer aan de westkant.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref13\" name=\"_ftn13\">[13]<\/a> De liefdesbanden zijn een metafoor voor de band tussen goden en mensen, die door de mens verbroken wordt omdat hij aan de goden gelijk wil worden.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref14\" name=\"_ftn14\">[14]<\/a> De titaan Prometheus stal het vuur van de goden en gaf het aan de mensen. Zeus strafte hem door hem aan de Kaukasus te ketenen. De adelaar Ethon kwam elke dag om zijn lever op te eten, maar \u2018s nachts groeide deze weer aan.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref15\" name=\"_ftn15\">[15]<\/a> De goden voelen niet omdat gevoel een verandering van toestand is, wat onmogelijk is bij volmaakte en onsterfelijke wezens.\u00a0 Daarom hebben de goden de sterfelijke mensen nodig, die deelnemen aan het goddelijke door hun voelen en handelen in de geschiedenis.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref16\" name=\"_ftn16\">[16]<\/a> Hercules trouwde in Thebe met Megara, de dochter van koning Creon. De godin Hera trof hem echter met waanzin, zodat hij zijn huis verwoestte en zijn drie zonen doodde. Nadat hij van zijn waanzin genezen was vluchtte Hercules naar Delphi. Het orakel droeg hem op naar Mycene te reizen en als boetedoening twaalf jaar lang koning Eurystheus te dienen.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref17\" name=\"_ftn17\">[17]<\/a> Een verwijzing naar Odysseus, die na een zwerftocht van tien jaar thuiskwam op het eiland Ithaka.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref18\" name=\"_ftn18\">[18]<\/a> Jean-Jacques Rousseau (1712 \u2013 1778) was voor H\u00f6lderlin het voorbeeld van de moderne dichter, die een vreemdeling is in zijn eigen tijd. Hij wordt niet begrepen door zijn tijdgenoten, maar brengt wel de taal de goden over.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref19\" name=\"_ftn19\">[19]<\/a> De dichter spreekt door de overvloed van het goddelijke als in een roes en is daarom verwant aan de god Dionysus.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref20\" name=\"_ftn20\">[20]<\/a> De titanen zijn de kinderen van moeder aarde (Gaea) en vader hemel (Uranus). Uranus verborg zijn kinderen diep in de aarde, omdat hij vreesde dat ze hem zijn heerschappij zouden ontnemen. Gaea vroeg haar jongste zoon Cronus om hulp. Zij gaf hem een stalen sikkel, waarmee hij in een hinderlaag ging liggen en Uranus ontmande toen hij \u2018s nachts naar Gaea kwam. Cronus werd de nieuwe heerser over de titanen, maar zou op zijn beurt van de troon worden gestoten door zijn jongste zoon Zeus.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref21\" name=\"_ftn21\">[21]<\/a> Atlas is \u00e9\u00e9n van de vier zonen van de titaan Iapetus en de ocean\u00efde Clymene. In de oorlog tussen de olympische goden en de titanen koos Atlas de kant van de laatsten. Zeus strafte hem door hem op de westelijke rand van de aarde \u2013 bij het Atlasgebergte &#8211;\u00a0 het hemelgewelf te laten dragen.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref22\" name=\"_ftn22\">[22]<\/a> In 1762 werd Rousseau door de Franse regering veroordeeld wegens de publicatie van <em>Emile<\/em> en <em>Du contrat social<\/em>. Hij vluchtte naar Zwitserland en leidde enkele jaren een teruggetrokken bestaan op het St. Peterseiland in het Meer van Biel. Voor H\u00f6lderlin wordt zijn verblijf daar een metafoor voor het leven de moderne dichter. Die bevindt zich in de schaduw omdat hij geen onmiddellijke ervaring van het goddelijke meer kent.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref23\" name=\"_ftn23\">[23]<\/a> In het laatste deel van het gedicht beschrijft H\u00f6lderlin de terugkeer van de goden naar de aarde. Een belangrijke metafoor in dit gedeelte is de afwisseling van dag en nacht.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref24\" name=\"_ftn24\">[24]<\/a> De bruiloft staat voor de vervulling van de geschiedenis, die slechts korte tijd duurt.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref25\" name=\"_ftn25\">[25]<\/a> In het <em>Symposium<\/em> vertelt Plato hoe Socrates en zijn vrienden tijdens een gastmaal beurtelings een lofrede houden op Eros. Aan het einde van het gesprek vallen de meeste aanwezigen in slaap. Socrates blijft echter tot de dageraad wakker om te filosoferen (223c-d).<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref26\" name=\"_ftn26\">[26]<\/a> Isaac von Sinclair was een voorstander van de Franse Revolutie en vond dat ook in Duitsland een revolutie moest plaatsvinden. Op latere leeftijd werd hij conservatiever en zette hij zich in voor het herstel van het Duitse Rijk.<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref27\" name=\"_ftn27\">[27]<\/a> In <em>De Staatsman<\/em> vertelt Plato een mythe over het verloop van de geschiedenis. Toen Cronus heerste draaide het heelal in tegengestelde richting. Het gevolg was dat\u00a0 alle levende wezens een omgekeerd groeiproces doormaakten. Ouderen ontstonden uit de aarde en werden tijdens hun leven steeds jonger. De aarde bracht uit zichzelf vruchten voort, zodat landbouw niet nodig was. De goden zorgden als herders voor de mensen en de dieren. In het volgende tijdperk werd het heelal aan zichzelf overgelaten en begon de andere kant op te draaien. Ook de mensen moesten voor zichzelf gaan zorgen en vonden daartoe het vuur, de landbouw en andere technieken uit. Zonder goddelijk bestuur keert de wereld echter langzaam terug naar een oorspronkelijke toestand van chaos: \u2018Wanneer ze echter van hem gescheiden geraakt, blijft ze, in de allereerste tijd na de scheiding, alles in perfectie volbrengen. Met het vorderen van de tijd, echter, en met het ontstaan van de vergetelheid in haar, krijgt ook de toestand van de oorspronkelijke disharmonie meer en meer de bovenhand.\u2019 (273c).<\/p>\n<hr \/>\n<p><a href=\"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/sais\/\"><em>Sa\u00efs<\/em><\/a> &gt; <em><a href=\"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/sais\/holderlin\/\">H\u00f6lderlin<\/a> &gt; De Rijn<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Aan Isaac von Sinclair [1] [2] De wet van deze zang is, dat de eerste twee delen van ieder drie strofen naar de vorm door progressie en regressie tegengesteld, maar naar de stof gelijk zijn; de twee volgende zijn naar de vorm gelijk, naar de stof tegengesteld. Het laatste deel brengt met een doorlopende metafoor &hellip; <a href=\"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/sais\/holderlin\/de-rijn\/\" class=\"more-link\">Verder lezen <span class=\"screen-reader-text\">De Rijn<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":819,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-454","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/454","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=454"}],"version-history":[{"count":8,"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/454\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":826,"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/454\/revisions\/826"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/819"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/sebastiaandenuijl.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=454"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}