Ik zie haar soms voorbijgaan in de straat,
haar figuur is broos en licht gebogen:
de vrouw met bruin haar en lege ogen,
die door een witte stok zich leiden laat.
Tastend gaat zij langs de vaste gevels
en blijft dan wachten bij de autobaan.
Een ratelend geluid doet verder gaan
tot aan de halte met vertrouwde tegels.
Zij lijkt op een ziener uit de oudheid,
die blind voor het uiterlijk der dingen,
met hun wezen leeft in vertrouwdheid.
De god verleende haar een verwijlen
onder mensen die de tram uit dringen
en nu als schaduwen langs haar ijlen.
een witte stok: de Franse schrijfster Guilly d’Herbemont bedacht de witte stok (canne blanche) als herkenningsteken voor blinden en slechtzienden in 1930.
langs de vaste gevels: mensen met een visuele beperking maken gebruik van gidslijnen, d.w.z. looproutes die bijvoorbeeld langs muren en heggen voeren.
Een ratelend geluid: het geluid dat de rateltikker bij groen licht geeft.
met vertrouwde tegels: bij haltes en stations wordt gebruik gemaakt van geleidelijnen, d.w.z. ribbeltegels waardoor mensen die visueel beperkt zijn hun weg kunnen vinden.
een ziener uit de oudheid: de Thebaanse ziener Tiresias.
blind voor het uiterlijk der dingen: Apollodorus vertelt dat Tiresias als kind met blindheid werd geslagen door de godin Athena, toen hij haar eens zag baden. De moeder van Tiresias, een nimf genaamd Chariklo, smeekte Athena om zijn zicht te herstellen. Athena kon de straf niet ongedaan maken, maar gaf Tiresias het vermogen om de taal der vogels te verstaan en ook een staf van kornoeljehout, waarmee hij zich zo goed als ziende kon voortbewegen (Apoll. Bibl. 3.69).
met hun wezen leeft in vertrouwdheid: een belangrijk motief in de tragedie Oedipus Rex van Sophocles is de tegenstelling tussen zien en blindheid en weten en onwetendheid. Oedipus is onwetend omtrent zijn noodlot en steekt zich de ogen uit wanneer hij achter de waarheid komt, terwijl de blinde Tiresias daar vanaf het begin al weet van heeft.
als schaduwen langs haar ijlen: bij Homerus lezen we dat Tiresias ook in de onderwereld zijn bijzondere gaven behield: ‘Persephoneía liet hem ook gestorven zijn geest nog, / hem alléén bewustzijn, de anderen ijlen als schimmen.’ (Hom. Od. 10.494-495).