De zwemmer

 

Ik droomde dat ik in een zwembad was.

De zee was zichtbaar achter hoge ruiten.

Het stormde en de golven sloegen buiten

huizenhoog en schuimend tegen ’t glas.

 

Het water in het bad begon te stijgen,

omdat het in verbinding met de zee,

steeds bewegend met getijden mee,

naar zon en maan zich moest neigen.

 

Ik daalde af in het verlaten bad

en liet mij op het vreemde water drijven.

Met de golven kwam het weten dat

 

vol verlangen naar de zee geboren,

ik haar niet geheel kon toebehoren:

mijn figuur moet ik hier beschrijven.

 


naar zon en maan zich moest neigen: de getijden ontstaan door de zwaartekracht die de zon en de maan op het aardoppervlak uitoefenen.

mijn figuur moet ik hier beschrijven: bij het kunstzwemmen worden bepaalde figuren in het water beschreven.