Aanvang

Het kan geen roes zijn – of ik was niet

Voor dit lot geboren – slechts toevallig

In deze dwaze wereld te dicht bij

Mijn magnetische veld gekomen.

Een roes is werkelijk van zedelijke gratie

Volkomen bewustzijn – geloof aan mensheid is

Het spel slechts van een vrolijk uur?

Als dit roes is, wat is dan het leven?

Moet ik gescheiden blijven? – is voorgevoel

Van wat ons zal verenigen, van wat

Wij hier als ’t onze reeds erkenden,

Maar nog niet geheel bezitten konden –

Is dit ook roes? Dan bleef van nuchterheid,

Van waarheid slechts het masker en de toon,

Het gevoel van leegheid en verlies

En van ontzegging die vernietigt.

Waarmee wordt dan de inspanning beloond

Tegen zijn wil te leven, vijand van zichzelf te zijn

En diep in het stof gebeten

Glimlachend zijn bestemming te zien?

Wat voert de wijze door het levensdal

Als fakkel naar het hogere Zijn omhoog –

Moet hij slechts hier geduldig bouwen

Zich neerleggen en eeuwig dood zijn?

Jij bent geen roes – jij stem van de genius,

Aanschouwing van wat ons onsterfelijk maakt

En jij, bewustzijn van die waarde,

Die slechts enkelen hier bekend wordt.

Eens zal de mensheid zijn, wat Sophie mij

Nu al is – volkomen – zedelijke gratie –

Dan wordt haar hoger bewustzijn

Niet meer verward met damp van wijn.


Saïs > Novalis > Aanvang