Pico della Mirandola

 

Pico della Mirandola wordt in 1463 geboren in de heerlijkheid Mirandola, een stadstaatje in Noord-Italië waar zijn familie  sinds de veertiende eeuw de macht bezit. Pico is een vroegrijp kind en krijgt een gedegen humanistische opleiding op het kasteel van zijn ouders. Zijn moeder ziet een carrière voor hem weggelegd in de kerk. Daarom begint hij al op veertienjarige leeftijd aan een studie kerkelijk recht aan de universiteit van Bologna. Wanneer zijn moeder plotseling sterft, kiest hij er echter voor om filosofie te gaan studeren aan de universiteit van Padua (1480 – 1482). Naast Latijn en Grieks studeert hij in deze stad ook Hebreeuws en Arabisch bij de Joodse filosoof Elia del Medigo. Hij is dan nog maar twintig jaar oud.

In de renaissance, die in Italië in de veertiende eeuw begint, krijgt de mens en het leven hier op aarde weer meer aandacht, terwijl in de middeleeuwen God en het hiernamaals het belangrijkst zijn. Van de veertiende tot de zestiende eeuw zien we in heel Europa een bloeiperiode van kunst, wetenschap en filosofie. In de renaissance zien we dan ook het individualisme steeds sterker opkomen, een groot vertrouwen op het eigen denken en kunnen dat sommige denkers – zoals Giordano Bruno – in conflict zou brengen met de nog steeds zeer machtige katholieke kerk.

De geesteshouding die kenmerkend is voor de renaissance noemen we het humanisme. In deze tijd wordt daarmee een streven bedoeld naar een opvoedkundig en politiek ideaal, waarin kennis van de klassieke oudheid en een grondige studie van filosofie, poëzie en welsprekendheid moesten voorbereiden op een politieke loopbaan. Doel van de humanistische opvoeding was de vereniging van een beschouwelijk en politiek actief leven. De humanisten keken hiervoor terug naar het leven en werk van de grote Romeinse redenaar en staatsman Marcus Tullius Cicero (106 – 43 v. C.). In zijn werk Over de redenaar (55 v. C.) gebruikte Cicero het begrip humanitas (‘menselijke natuur, beschaving’) om dit ideaal te beschrijven. De redenaar moest volgens hem zodanig opgeleid worden dat hij zich in zijn publieke leven kon inzetten voor het welzijn van de staat en zich in zijn vrije tijd kon wijden aan de letteren en filosofie.

In Italië was er ondertussen een voortdurende machtsstrijd gaande tussen allerlei stadstaatjes, republieken en de pauselijke staat. De Florentijnse staatsman en politiek filosoof Niccolò Machiavelli, een tijdgenoot van Pico della Mirandola, schreef het beroemde werk De Vorst, waarin hij adviezen geeft voor het besturen van een staat. Machiavelli stond een amorele machtspolitiek voor: de vorst moet deugdzaam en godsdienstig lijken om de gunst van het volk te behouden, maar indien noodzakelijk ook grote wreedheden kunnen begaan. Voor Machiavelli was hét voorbeeld van de ideale heerser Cesare Borgia, de zoon van paus Alexander VI, die in het noorden van Italië een eigen vorstendom probeerde te stichten en daarbij geen wreedheid uit de weg ging.

Pico della Mirandola reist in 1485 naar Parijs om aan de beroemde universiteit verder te studeren in de filosofie en de scholastieke theologie. Tijdens een kort verblijf in Florence dat jaar ontmoet hij Lorenzo de’ Medici, die toentertijd heer van Florence was en een groot beschermer van de kunsten. Ook maakt hij kennis met Marsilio Ficino, één van de beroemdste neoplatoonse filosofen uit de renaissance, die als eerste het volledige werk van Plato uit het Grieks in het Latijn zou vertalen. Pico zal onder bescherming van Lorenzo de’ Medici in Florence blijven en wordt lid van de Platoonse Academie, een groep filosofen en dichters onder leiding van Ficino, die een voortzetting beoogde te zijn van de Academie die door Plato in Athene werd gesticht.

Rond deze tijd vat Pico het plan op om in Rome een publiek debat te organiseren tussen de geleerden van zijn tijd. Hij schrijft daartoe 900 stellingen die tot doel hebben om de harmonie aan te tonen tussen de filosofische opvattingen van verschillende  volkeren: niet alleen die van de christelijke theologen, Arabische filosofen en oude Grieken, maar ook de oudere wijsheid van de Babyloniërs, Egyptenaren en Joden. Pico maakte daarnaast gebruik van leerstellingen uit de kabbala of Joodse mystiek om de christelijke theologie te ondersteunen. Het enorme werk is een goed voorbeeld van syncretisme, de versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst. De 900 stellingen zijn een voorbeeld van het geloof van christelijke filosofen in de renaissance in een prisca theologia, een oude wijsheid die de volkeren in het verleden al bezaten en die haar vervulling zou hebben gevonden in het christendom.

Pico laat het werk aan het einde van 1486 drukken in Rome en is van plan om het publieke debat over zijn stellingen aan het begin van het volgende jaar te houden – om precies te zijn op Driekoningen, de kerkelijke feestdag waarop het bezoek van de heidense koningen of wijzen aan de pasgeboren Christus wordt gevierd. Maar paus Innocentius VIII zorgt ervoor dat het debat nooit zal plaatsvinden. Een door hem aangestelde kerkelijke commissie veroordeelt dertien stellingen. Pico schrijft nog een verdediging, maar dat maakt de zaak er niet beter op. Uiteindelijk veroordeelt de paus het hele werk en beveelt om reeds gedrukte kopieën te verbranden. Pico vlucht naar Frankrijk, maar wordt daar gearresteerd en zit korte tijd gevangen in  het kasteel van Vincennes. Uiteindelijk kan hij op voorspraak van Lorenzo de’ Medici en andere machtige beschermers in de zomer van 1487 terugkeren naar Florence. Na het overlijden van de strenge paus Innocentius VIII in 1492 zal diens opvolger, de reeds genoemde paus Alexander VI, de filosoof vrijspreken van de beschuldiging van ketterij.

Pico’s faam berust voornamelijk op een rede die hij aan het begin van het publieke debat wilde uitspreken: de Redevoering over de waardigheid van de mens (1486). Vooral vanwege het begin is deze rede bekend komen te staan als het manifest van het humanisme. Pico beschrijft hoe God na de schepping van hemel en aarde verlangt naar een wezen dat dit grootse bouwwerk kan aanschouwen en bewonderen. Om deze reden schept Hij de mens, maar omdat de engelen en de dieren al geschapen zijn en ieder hun eigenschappen en taak hebben gekregen, blijft er voor de mens geen plek over om in te nemen. Daarom besluit God in Zijn wijsheid om de mens te scheppen als vrij wezen. God laat de mens in het midden van het universum wonen en plaatst hem halverwege op de ladder der schepping, zodat hij zich door zijn eigen keuzes kan verlagen tot het dierlijke of kan opstijgen tot het goddelijke. Door de goddelijke gave van de vrije wil is de mens de vormgever van zijn eigen natuur. Pico della Mirandola wordt vanwege deze beklemtoning van de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens ook binnen het hedendaagse humanisme gewaardeerd.